Wat heb je aan ziek zijn? (Beter worden)
door Lisette Thooft
Haar vader had corona gehad, vertelde een cliënt, maar hij was genezen en dat had iets in hem veranderd, ten goede. “Voor het eerst van mijn leven,” zei ze verwonderd, “vroeg hij belangstellend hoe het met míj ging.”
Een ander coronaverhaal dat ik hoorde, ging over een oude dame die op de intensive care gelegen had en herrezen was, en die daarna de slepende ruzie met haar zoon wilde bijleggen.
Ik ben dol op dit soort verhalen. Ik geloof enorm in de transformerende kracht van ziekten en crises. Ons lichaam of ons onderbewuste – dat is bijna hetzelfde – heeft het altijd goed met ons voor, en weet soms geen betere oplossing dan een aandoening. Stel je blijft maar egocentrisch of koppig en vol wrok, of je blijft maar doorploeteren in een baan die roofbouw pleegt op je gestel, dan kun je ziek worden als strategie van je onderbewuste, om je stil te zetten en op andere gedachten te brengen.
Zo zou je de hele coronacrisis ook kunnen zien als een strategie van het collectief onderbewuste. We hebben onszelf stilgezet, onbewust expres, om op andere gedachten te kunnen komen. Omdat we te hard gingen, te veel wilden, omdat we roofbouw pleegden op onze natuur. Onze angst voor ziekte en dood, het geloof in technische oplossingen voor problemen van lichaam en ziel, de controledwang en het alomtegenwoordige winstbejag rezen met elkaar de pan uit en kwamen tot een soort kristallisatiepunt. En toen verstarde alles en stond de wereld stil.
Dat verklaart ook waarom zoveel mensen de lockdown positief hebben beleefd – ze genoten van de zeldzame rust. Een paar mensen hoorde ik zelfs zeggen dat de versoepelingen te vroeg kwamen naar hun zin; het had van hen wel wat langer mogen duren.
Ik begreep dat goed. Hoewel ik blij was toen ik weer mocht rebalancen, merkte ik aan mijn lichaam dat het ook stress meebracht. Dus nam ik een paar coronabesluiten: minder sessies op een dag, later beginnen, naar huis fietsen voor de lunch. Dat ontspant.
Ook voor mijzelf bleek te gelden wat ik zo vaak tegen cliënten zeg: ik ben toch gevoeliger dan ik dacht.
Zo kun je ook de 1,5m-samenleving, ‘het nieuwe normaal’, zien als een soort ziekte die we onbewust expres onszelf aandoen. Er is eigenlijk niets normaal of gezond aan social distancing. Het is ook niet wetenschappelijk onderbouwd; geen enkel medisch onderzoek wijst uit dat virussen zich eraan houden. Afstand nemen van elkaar creëert eerder angst en dat is juist slecht voor het immuunsysteem.
Interessant. Waarom doen we het onszelf dan aan? Wat was het probleem waarvoor we in het collectief onderbewuste geen andere oplossing konden verzinnen dan dit?
Ik hoor mensen zeggen dat ze de verplichte afstand prettig vinden. Omdat ze zich vaak overprikkeld of benauwd voelen, bijvoorbeeld in de supermarkt, omringd en opgeduwd door haastige medeshoppers. Maar natuurlijk zijn er ook massale bijeenkomsten die ons verheffen, waar we juist warmte en solidariteit bij elkaar vinden, eenheid voelen en harmonie.
Het verschil? Zou het uitstraling zijn, ook wel aura genaamd? Iets dat ons omhult en dat niet meetbaar is maar wel voelbaar. Een mens kan onrust, angst en irritatie uitstralen, of vrede en vriendelijkheid. In het eerste geval is een beetje afstand wel zo prettig. In het tweede geval genieten we juist van nabijheid.
Misschien kunnen we ook hier beter uitkomen als we verder leren kijken dan de meetlat. Als we beseffen dat er altijd iets van ons uitgaat dat van binnen komt. En dat het helpt voor een heilzame uitstraling om onszelf innerlijk schoon en gezond te maken. Onze oude pijn zelf te omarmen, zodat we die niet meer hoeven te projecteren op onze medemens. Dan kunnen we dichter bij elkaar komen, en echt beter worden.
©Lisettethooft.nl